Hamster
Cricetus cricetus
Hamster (Cricetus cricetus)
Data lengte: 200 - 270 mm
staartlengte: 50 - 70 mm
gewicht: 200 - 500 g
Biotoop De hamster is oorspronkelijk een steppebewoner, die tot ver in Azië voorkomt. Hij paste zich echter uitstekend aan de door de mens geschapen cultuursteppen met graan en grassen aan. Voor de bouw van zijn ondergrondse woning is een stevige, maar niet te harde bodemgrond nodig. Daarom vindt men hem vooral op een leem- of lössbodems, zoals in Limburg.
Voedsel Hamsters zijn alleseters; maar naast insecten zijn zo vooral gek op cultuurgewassen. Hun actieradius wordt gemiddeld op zo'n 0,5 km geschat. Onderweg eten ze weinig; hamster 'hamsteren' immers. Ze hebben grote wangzakken die ze zo vol mogelijk stoppen alvorens naar de bouw terug te keren om ze daar niet behulp van de voorpoten te legen. Op deze voorraden teren ze eveneens tijdens de winter.
Voortplanting In de paartijd (april-augustus) volgt het mannetje het wijfje tot in de bouw, waar hij in eerste instantie niet welkom is. Als het wijfje tot de paring bereid is, wordt ze eerst door het mannetje uitgebreid besnuffeld en gelikt en dan van achteren bestegen. Meestal vindt de paring in het hol plaats. De nestkamer ligt ongeveer een halve meter diep. Gangen leiden naar alle kanten: naar de provisiekamers, de latrine en naar buiten. Voor een soort van zijn grootte is de draagtijd kort. Na circa 20 dagen komen de zes of zeven jongen ter wereld. Eerst zijn ze naakt en blind, maar na twee weken zijn het prachtige diertjes met de fraaie kleurtekening van de ouders, maar de aandoenlijke proporties van een jong dier. Ze brengen hun jeugd door met ravotten in nest en gangen, en verder met veel slapen, eten en drinken bij de moeder. Ze gebruiken keurig het toilet, dragen voedselbrokken in de wangzakken rond en worden door de moeder bij hun nekvel gepakt als ze te ver weglopen. Na vier weken zijn de jongen zelfstandig. Ze verlaten dan de woning van de moeder en graven huil eigen gangenstelsel. Omdat ze nog vrij klein en onervaren zijn, vallen ze eerder ten prooi aan roofvijanden dan volwassen hamsters. Bij het vestigen van een eigen territorium markeren jonge hamsters dit door met hun flankklieren langs bepaalde punten, zoals een steen, te wrijven. Ook volwassen hamsters vertonen dit gedrag. Jaarlijks zijn er 2 tot 3 worpen van elk zo'n 3 tot 12 jongen.
Gedrag Alleen tijdens de korte paartijd duldt de solitaire hamster een partner in zijn bouw. Hij graaft die bouw zelf. Het is een tot twee meter diep reikend gangenstelsel met woon- en provisiekamers. Loodrechte, zgn. valpijpen, leiden naar buiten. De hamster verlaat zijn woning meestal alleen 's nachts of in de schemering. De hamster besteedt veel tijd aan de verzorging van zijn lichaam. Hierbij gebruikt hij vooral zijn voorpoten. Hij houdt een winterslaap, maar onderbreekt deze minstens om de vijf dagen om te eten.
Kenmerken De hamster bezit een levendig kleurpatroon. Een bijzonder contrast vormt de zwarte buikzijde met de geelbruine rug en de witte vlekken op kop, hals en flanken. Door een vijand verraste hamsters richten zich dreigend op. Het contrasterende kleurpatroon van de onderzijde kan sommige dieren afschrikken.
Aantallen De hamster komt hij in het westen zeer lokaal voor en ontbreekt in grote delen.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net