Huismuis Mus musculus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 75 - 95 mm
staartlengte: 70 - 95 mm
gewicht: 12 - 25 g |
|
| Biotoop |
Door hun groot aanpassingsvermogen kunnen huismuizen op allerlei
plaatsen voorkomen, zelfs in vleeskoelcellen. Wel hebben de dieren hier
een langere vacht ontwikkeld. Hoewel huismuizen meestal binnenshuis - in
huizen, opslagplaatsen, ziekenhuizen en andere openbare gebouwen - te vinden
zijn, leven ze ook wel eens korte tijd in een tuin of heg. Soms worden ze
door overbevolking naar buiten gedreven, maar sterven dan zodra het koud
wordt. Ze niet gewend aan de levensomstandigheden buiten. |
|
| Voedsel |
De gewoonlijk 's nachts actieve huismuis komt op allerlei
voedsel af. Een stuk zeep kan een maaltijd voor een huismuis betekenen,
maar het liefst eet hij toch granen en vetten. Van dranken blijft hij gewoonlijk
af. |
|
| Voortplanting |
Wijfjes werpen vijf tot tien keer per jaar en elke worp telt
drie tot twaalf jongen. Deze verlaten het nest na drie weken en drie weken
later zijn de wijfjes hiervan al vruchtbaar. De draagtijd duurt 19 à
21 dagen. Elk zacht, gemakkelijk te versnipperen materiaal, zoals papier,
gras of textiel, kan voor de nestbouw worden gebruikt. |
|
| Gedrag |
In tegenstelling tot andere muizensoorten verspreidt de huismus
een sterke, onaangename geur en heeft hij een vettige vacht. Overal waar
hij voorkomt blijft de typische muizenlucht hangen. Ook laten ze er hun
urine en zwarte uitwerpselen achter, brengen met hun geknaag schade toe
aan leidingen en verspreiden ziekten en parasieten. Huismuizen hebben hun
hol op hooguit enkele meters van hun voedselbron en trekken alleen weg als
er te weinig te eten is. Een muis snuffelt vaak met zijn neus in de lucht.
Hij heeft een scherp reukvermogen, waarmee hij zijn weg vindt en zijn familieleden
herkent. |
|
| Kenmerken |
De huismuis is altijd op zijn hoede en heeft opvallende oren,
grote ogen en een spitse snuit. De grijsbruine vacht is vet en glanzend,
de staart lang en geschubd. Men onderscheidt diverse rassen bij de huismuis,
zoals de geelbruine tuinmuis. |
|
| Aantallen |
Hoewel huismuizen maximaal 18 maanden oud worden en vele
tijdens hun eerste winter sterven, is het moeilijk ze te verdrijven als
ze zich ergens hebben gevestigd. Ze vermeerderen zich zó snel, dat
een worp zich in één zomer alweer vele malen heeft vermenigvuldigd.
Ze worden gemakkelijk per ongeluk met goederen getransporteerd en hebben
zich met behulp van de mens vanuit hun vaderland in Azië over de gehele
wereld verspreid. |
|
|
|
|
 |
 |