Huisspitsmuis Crocidura russula |
|
 |
|
| Data |
lengte: 65 - 95 mm
staartlengte: 35 - 50 mm
gewicht: 6 - 15 g |
|
| Biotoop |
Het biotoop van de huisspitsmuis bestaat hoofdzakelijk uit
ruige graslanden, heggen, tuinen en de onmiddellijke omgeving van vooral
door tuinen omringde huizen. Ook kan hij zich blijvend in gebouwen vestigen,
mits deze hem voldoende voedsel bieden. In tuinen vindt men hem vooral in
blader- en composthopen, die zowel voedsel als dekking bieden. |
|
| Voedsel |
Allerlei soorten insecten in hun diverse ontwikkelingsstadia,
wormen en vooral slakken staan op het menu. Kleine, zachte dieren worden
geheel verslonden; van grotere, zoals sprinkhanen, blijven de harde chitinedelen,
zoals poten, vleugels en lichaamsringen, over. De prooi wordt met het gehoor
en het reukvermogen gelokaliseerd en met de tastharen bevoelt, alvorens
te worden gepakt en opgegeten. Bij het overweldigen van sabelsprinkhanen
breekt de spitsmuis eerst met een snelle beet de achterpoten van zijn prooi.
De voedselbehoefte is zeer groot. Dagelijks eet deze muis zijn gewicht aan
voedsel. Huisspitsmuizen en hun verwanten zijn echter niet zo vraatzuchtig
als bijvoorbeeld de bosspitsmuis. Ook zij moeten echter met grote regelmaat
eten. Voedselgebrek en koude kunnen tot een dodelijke shocktoestand leiden.
Op koude herfstnachten vindt men soms op deze manier gestorven spitsmuizen.
|
|
| Voortplanting |
De paartijd duurt van maart tot september. Na een draagtijd
van 31 dagen volgen er jaarlijks 2 tot 5 worpen van elk zo'n 3 tot 9 jongen.
De jongen worden geboren in een nest van gras en bladeren, dat zich vaak
onder stenen of boomwortels bevindt. |
|
| Gedrag |
Spitsmuizen leven solitair; alleen in de paartijd zijn ze kort
bijeen. |
|
| Kenmerken |
Het grijsbruin van rug en flanken gaat bij de huisspitsmuis
geleidelijk in de lichtere onderzijde over. De oorschelpen zijn bij deze
soort goed te zien. Spitsmuizen bezitten in de huid op de flanken en bij
de staart grote geurklieren, waarmee ze een muskuslucht afgeven. Soms zijn
die op de flanken te zien als het dier rent. |
|
| Aantallen |
In de noordelijke provincies van Nederland heeft de huisspitsmuis
de noordgrens van zijn woongebied in West-Europa bereikt; in België
is het een vrij algemene soort. In de Alpen komt hij boven een hoogte van
1000 m voor. |
|
|
|
|
 |
 |