Kleine Hoefijzerneus
Rhinolophus hipposideros
Kleine Hoefijzerneus (Rhinolophus hipposideros)
Data lengte: 3,8 - 4,5 cm
spanwijdte: 19 - 25 cm
gewicht: 4 - 10 g
Frequenties 105 - 117 kHz

Hoefijzerneuzen zenden voor hun sonarsysteem een vrij constante frequentie uit, uitgezonderd een klein stukje aan begin en eind van elke puls. Hun gehoor is afgesteld op een bepaalde frequentie. Het geluid dat uitgezonden wordt is niet noodzakelijk hetzelfde als hetgeen ontvangen wordt. Het dopplereffect zorgt er voor dat geluid dat teruggekaatst wordt op een wegvliegende prooi lager klinkt als het terugkomt. De echo klinkt hoger als het geluid terugkaatst op iets dat naar de vleermuis toekomt. Om nu constant dezelfde toonhoogte terug te krijgen zal een hoefijzerneus zijn uitgezonden frequentie aanpassen. Dit verklaart het 'zingende' effect in het geluidsfragment.
Biotoop De kleine hoefijzerneus jaagt in parkachtige omgeving, langs oevers en gebouwen. Ze wonen vaak op zolders, in grotten en soms in holle bomen. Ze overwinteren in grotten of andere relatief warme ondergrondse ruimtes.
Voedsel De kleine hoefijzerneus stoot de hoogste geluiden van al onze vleermuizen uit en kan hiermee zeer kleine prooi lokaliseren, zoals muggen.
Voortplanting De kleine hoefijzerneus paart in herfst en winter, maar het embryo begint zich pas in april te ontwikkelen. Het wijfje brengt jaarlijks slechts één jong voort. De kraamkamer bevindt zich meestal op een zolder of in een holle boom. Na drie keken vliegen de jongen en eind augustus zijn ze zelfstandig. Het volgende jaar zijn ze geslachtsrijp.
Gedrag Kleine hoefijzerneuzen vliegen na zonsondergang uit. Ze vliegen vrij snel en erg behendig. Door zijn geringer formaat is hij in staat door slechts 15 cm hoge tunnels te vliegen of op te stijgen in pijpen met een doorsnee van maar 50 cm. Ze leven in groepen van 10 tot 100 dieren in een kraamkolonie, soms in combinatie met andere soorten. De soort trekt alleen over korte afstand. Een overwinterende hoefijzerneus slaat zijn vleugels om zijn lichaam. Door de hoge luchtvochtigheid van zijn omgeving is hij vaak met condensdruppeltjes overdekt. In winterslaap hangen ze nooit in contact met soortgenoten. Meestal worden ze 4 jaar oud, maar er werden al exemplaren gevonden ouder dan 20.
Kenmerken Europa's kleinste soort en daarmee onmiskenbaar. De kleine hoefijzerneus is een sierlijke, kleine uitgave van de grote hoefijzerneus. Het mannetje is kleiner dan het wijfje.
Aantallen Limburg vormt de noordgrens van het verspreidingsgebied. De stand van de kleine hoefijzerneus is na de Tweede Wereldoorlog sterk achteruitgegaan en hij kan nu als een van de meest bedreigde zoogdieren van onze streken worden beschouwd. In Nederland is hij sinds 1983 verdwenen; er zijn nog enkele kleine kolonies in Wallonië.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net