Meervleermuis
Myotis dasycneme |
|
 |
|
| Data |
spanwijdte: 20-30 cm
gewicht: 14-20 g |
|
| Frequenties |
25 à 90 kHz - duidelijke piek rond 35 kHz. Het ritme
en de frequentie lijken op dat van de watervleermuis. Het vliegen gaat echter
zo snel, dat het geluid slechts zeer kort te horen is als hij voorbij vliegt. |
|
| Biotoop |
De meervleermuis komt vrijwel alleen voor in waterrijk gebied.
Hij woont in kerkzolders, spuwmuren, onder dakpannen; in de winter in groeven,
grotten en kelders. |
|
| Voedsel |
De meervleermuis jaagt snel en laag over het wateroppervlak, op zoek
naar insecten en in het water gevallen prooidieren. Ze vliegen pas in
de late schemering uit.
|
|
| Voortplanting |
Kolonies tot 400 dieren. |
|
| Gedrag |
Uit ringonderzoek is gebleken dat ze trektochten maken van
meer dan 200 km. |
|
| Kenmerken |
De meervleermuis is een zeer nauwe verwant van de watervleermuis.
Hij is echter beduidend groter en aan de rugzijde dieper bruin van kleur,
terwijl de buikzijde grijswit is en scherp begrensd. |
|
| Aantallen |
Plaatselijk algemeen. Sterk achteruitgegaan de laatste tientallen
jaren. Net als de watervleermuis komt deze soort oostwaarts tot ver in Azië
voor. De westelijke begrenzing ligt in Nederland en België. In Midden-Europa
ontbreekt hij in het zuiden van Duitsland en in Zwitserland. |
|
|
|
|
 |
 |