| Mehely’s Hoefijzerneus Rhinolophus mehelyi |
|
| Data | lengte: 5,5 – 6.4cm spanwijdte: 33 - 34 cm gewicht: 10 - 18 gr |
| Biotoop | De Mehely’s hoefijzerneus jaagt tussen struwelen en bomen op berghellingen. Het is een grotbewonende soort, zowel ’s zomers an ’s winters. In de zomer moet de temperatuur hoger dan 25 graden celsius zijn. Over de winterslaap is nauwelijks iets bekend. |
| Voedsel | Ze jagen 's nachts, heel langzaam en behendig, op nachtuilen en andere insecten. |
| Frequenties | Vast, tussen 105 - 112kHz. Zie ook Grote hoefijzerneus. |
| Voortplanting | Weinig van bekend, kolonies tot 200 dieren (Roemenië). Eén jong per jaar, geslachtsrijp op 2 tot 3 jaar. |
| Kenmerken | Dit is een middelgrote hoefijzerneus. (zie ook grote hoefijzerneus). Tupisch bij deze soort is het masker rond de ogen, de bleke vacht met witte buik en het neusaanhangsel dat nogal ver naar boven uitsteekt. |
| Aantallen | Wijd verspreid in het zuidelijk mediterrane gebied, doch nergens echt in grote aantallen. Wordt plaatselijk bedgreigd door overmatig grotbezoek. |
|
|
|
|
|
|