Noordse Woelmuis
Microtus oeconomus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 95- 160 mm
staartlengte: 35 - 70 mm
gewicht: 20 - 70 g |
|
| Biotoop |
Natte tot zeer natte terreinen zoals moerassen, rietlanden,
drassige hooilanden en oevervegetaties. Als er geen concurrentie is met
de Aardmuis komt de soort ook voor in drogere biotopen. |
|
| Voedsel |
Rietspruiten, zeggen, biezen, grassen, zaden, wortels en
in de winter ook schors. |
|
| Voortplanting |
Plant zich voort van april tot oktober, 3 à 4 keer
per jaar 3 tot 7 jongen. Ze kunnen anderhalf jaar oud worden. |
|
| Gedrag |
Tien perioden van activiteit per 24 uur. In de winter overdag
actief, in de zomer vooral 's nachts. Zwemt en duikt goed. |
|
| Kenmerken |
Groter en donkerder dan de Aardmuis. Daar zeer moeilijk van
te onderscheiden. Relatief langere staart die duidelijk tweekleurig is,
donkere achterpoten met duidelijk lichtere nagels zijn bruikbare kenmerken.
De schedel geeft de meeste zekerheid. |
|
| Aantallen |
Noordoost- en Oost-Europa, met hier en daar ijstijdrelictpopulaties
zoals in Nederland. Daar voorkomend in Zeeland, het Friese merengebied,
het Noord- en Zuidhollandse veenweidegebied en op Texel. De Nederlandse
populatie vormt een eigen ondersoort en men heeft dus een internationale
verantwoordelijkheid tot het beschermen van deze soort. Deze gaat echter
plaatselijk (sterk) achteruit door het droogleggen van biotopen, intensieve
begrazing en bemaaiing en het ongewild uitzetten van andere muizensoorten
op eilanden waar voorheen enkel de Noordse Woelmuis voorkwam zoals op Texel. |
|
|
|
|
 |
 |