Otter Lutra lutra |
|
 |
|
| Data |
lengte: 60 - 85 cm
staartlengte: 30 - 55 cm
gewicht: 6 - 15 kg |
|
| Biotoop |
Otters leven bij afgelegen meren, rivieren en moerassen met
dichtbegroeide oevers en veel dekking. De otterbouw ligt meestal goed verscholen
onder overhangende boomwortels, zoals van esdoorn of es. In rotsige kuststreken
bevindt het hol zich vaak tussen de stenen. Otters verdragen de aanwezigheid
van mensen in hun gebied erg slecht. |
|
| Voortplanting |
Mannetje en wijfje leven apart van elkaar en komen alleen
voor de paring bijeen. Sommige 'otterkenners' zijn van mening dat er twee
paar- of ranstijden zijn, in februari en in juli. Volgens de meesten is
er echter geen sprake van een vaste ranstijd, wat zou komen doordat de dieren
het gehele jaar door voedsel - vis - ter beschikking staat. Het onbevruchte
wijfje is om de 30 à 40 dagen circa twee weken bronstig, tenzij ze
jongen verzorgt. De partners vinden elkaar door middel van geursporen, maar
ook wel door hun gefluit. Voor de paring jagen ze zowel op het land als
in het water speels achter elkaar aan, waarbij ze schijngevechten uitvoeren.
De draagtijd duurt circa 62 dagen. De twee of drie - soms vier of vijf -jongen
worden blind en zonder tanden geboren in het met gras of mos gevoerde kraamnest.
Dat bevindt zich meestal in een rustig gedeelte van het territorium van
het wijfje. Aanvankelijk hebben de jongen een fijne, grijze vacht. Het wijfje
brengt ze alleen groot - er is dus sprake van een moederfamilie. Na 4-5
weken openen ze de ogen. Na ongeveer zeven weken worden ze gespeend. Op
een leeftijd van twee tot drie maanden krijgen ze het volwassen kleed. Zodra
de jongen een waterdichte pels hebben, leert de moeder hen zwemmen. Vaak
zijn ze bang en hebben ze een duwtje nodig. Otters van één
gezin spelen graag met elkaar. Als ze alleen zijn, gooien ze soms steentjes
omhoog en vangen die weer op. Na circa een jaar valt het gezin uiteen en
wordt het wijfje weer bronstig. De jongen blijven dan vaak nog enkele maanden
in het territorium van de moeder. |
|
| Voedsel |
Het voedsel bestaat meestal uit kleine prooidieren, die tussen
de tanden aan land wordt gebracht. Grote vissen worden tegen de borst gedrukt
en met de voorpoten vastgehouden. Otters jagen op talrijk aanwezige en dus
het gemakkelijkst te vangen prooi: in de zomer is dat meestal paling en
in de winter vooral voorn. Vis vormt zijn hoofdvoedsel, maar hij eet ook
eieren, kikkers, vogels, muizen en ratten. Op enkele verlaten kusten in
Europa, zoals van Schotland, leven ook Otters. Ze voeden zich daar met krabben,
schelpdieren en diverse soorten zeevissen. Resten van een vismaaltijd kunnen
op de aanwezigheid van otters duiden. |
|
| Territorium |
Het territorium van een rekel beslaat vaak circa 10 vierkante
km of een oeverstrook van een rivier van meer dan 10 km. Zelfs wanneer er
voedsel in overvloed is moet elke Otter over een territorium van enkele
kilometers oever met een dichte begroeiing beschikken, waar de mens de rust
niet verstoort. Otters zijn daarom ook in het verleden bij ons nooit talrijk
geweest. Voor het markeren van het territorium worden de uitwerpselen op
opvallende plaatsen gedeponeerd. |
|
| Gedrag |
Otters zijn krachtige zwemmers met een grote longinhoud.
Bij het duiken kunnen ze hun zuurstofgebruik beperken door hun hartslag
te verminderen. Onder water zien ze even goed als aan de oppervlakte en
met hun snor van stijve testharen vinden ze hun weg op de bodem van een
modderige rivier of in het donker. Gewoonlijk blijft de Otter minder dan
1 minuut onder water, maar hij kan het 4 minuten volhouden en dan minstens
400 m afleggen. Hij staat vaak op de achterpoten, met de staart als steuntje,
op de uitkijk. Otters zijn speelse dieren. Ze jagen graag achter elkaar
aan en houden schijngevechten, waarbij ze een scherp fluitend geluid maken.
Een steile, besneeuwde of modderige oever gebruiken Otters graag als glijbaan.
Op hun buik glijden de dieren het water in - een spelletje dat ze steeds
weer herhalen. |
|
| Kenmerken |
Om snel te kunnen zwemmen is de Otter gestroomlijnd, met
kleine oren, een lang lichaam, een krachtige, spits toelopende staart en
korte, sterke poten met zwemvliezen tussen de tenen. Ogen, oren en neusgaten
liggen in één lijn bovenop de kop, zodat ze bij het zwemmen
juist boven water uitsteken. De brede kop klieft als een boeg het water.
De rest van het lichaam is niet te zien. Neus- en ooropeningen kunnen worden
afgesloten. Soms maakt de Otter zwerftochten op het land, waarbij hij zich
in een typische gang, met gebogen rug, verplaatst. Het mannetje heeft een
zwaardere kop en een dikkere hals dan het wijfje; ze is ook iets kleiner.
Door veel poetsen zorgt de Otter voor een glanzende, waterdichte vacht.
De dichte ondervacht houdt een isolerende luchtlaag vast en blijft onder
water droog door het lange bovenhaar. Stookolie ontneemt de vacht van aan
de kust levende Otters zijn waterdichtheid, waardoor de dieren van koude
kunnen sterven. |
|
| Aantallen |
Maar weinig mensen hebben in onze streken ooit een Otter
in de natuur gezien. Omstreeks de eeuwwisseling, toen de watervervuiling
en de recreatiedruk nog maar gering waren, bewoonde deze viseter nog vrijwel
elke biotoop die hem paste. Hij werd toen tot het schadelijk wild gerekend
en de overheid betaalde premies voor gedode otters (dit duurde in Nederland
officieel tot 1942, in België tot 1965). Verdwijning van voor Otters
geschikte biotopen en meedogenloze vervolging in de eerste helft van deze
eeuw hebben geleid tot een populatie die in Nederland misschien uit enkele
honderden en in België hoogstens uit enkele tientallen dieren bestaat.
Vooral na de Tweede Wereldoorlog is er veel ten nadele van de otter veranderd.
Waterlopen zijn genormaliseerd, op veel plaatsen is de waterstand drastisch
gewijzigd, oevers zijn van hun begroeiing ontdaan, de waterrecreatie heeft
een hoge vlucht genomen, ruilverkavelingen vonden plaats en meststoffen
vervuilen nog steeds het water. De belangrijkste oorzaak van de achteruitgang
van de otterstand was tot voor kort echter de waterverontreiniging door
giftige bestrijdingsmiddelen, met name aldrin en dieldrin. Voor vissen was
de concentratie nog niet gevaarlijk, maar in de Otters stapelde het gif
zich geleidelijk op door de grote hoeveelheden vis die ze naar binnen werkten
- een volwassen mannetje verorbert dagelijks ruim een kilo vis. Op diverse
plaatsen worden pogingen ondernomen om tot otterreservaten te komen. Het
ontbreken van voor de Otters geschikte verbindingen tussen de grote territoria
vormt echter een bijna onoverkomelijk probleem. |
|
|
|
|
 |
 |