Siberische Grondeekhoorn
Tamias sibiricus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 120 - 170 mm
staartlengte: 80 - 115 mm
gewicht: 50 - 120 g |
|
| Biotoop |
De Siberische grondeekhoorn komt uitsluitend voor in bossen.
In zijn oorspronkelijk verspreidingsgebied is hij gebonden aan larix of
den. |
|
| Voedsel |
Meestal plantaardig: (boom)zaden, knoppen, paddestoelen,
bessen, granen. Begraaft voedselvoorraadjes. Eet soms insecten, eieren en
jonge vogeltjes. Kan voedsel in wangzakken verzamelen. |
|
| Voortplanting |
Drie tot zes jongen, meestal één worp per jaar,
zelden twee. Ze kunnen 6 tot 7 jaar oud worden. |
|
| Gedrag |
Uitsluitend overdag actief. Het is een gronddier dat echter
zeer goed en zeer hoog kan klimmen. Het komt voor tot in de hoogste boomtoppen.
Het graaft burchten, dikwijls tussen boomwortels. Ze liggen in kolonies
bij elkaar, maar elk dier heeft zijn eigen territorium. |
|
| Kenmerken |
Kleine eekhoorn, bruingrijze bovenzijde met vijf zwartbruine
lengtestrepen. Onderzijde witgrijs, rossige kop met witte lengtestreep.
Grijsachtige staart met drie lengtestrepen |
|
| Aantallen |
Oorspronkelijk uit Azië, maar als huisdier in West-Europa
ingevoerd en daar losgelaten of ontsnapt. Deze hebben plaatselijk kleine
populaties kunnen vormen. Gekende Belgische voorbeelden zijn het Zoniënwoud
(Brussel), het Calmeynbos (de Panne), het Kasteelbos (Zwijnaarde). In Nederland
in Lochem en Moergestel. |
|
|
|
|
 |
 |