| Sneeuwhaas Lepus timidus |
|
| Data | lichaamslengte: 45 - 60 cm oorlengte: 4 - 8 cm gewicht: 2 - 5,5 kg |
| Biotoop | Sneeuwhazen in de Alpen (de grootste populatie) leeft op een hoogte van 1200 meter tot aan de sneeuwgrens. In de winter daalt hij af naar lager gelegen gebieden. |
| Voeding | Tijdens de zomerperiode vult de sneeuwhaas zijn normale menu van heidegewassen aan met wollegras, korstmossen, twijgen en bosbesscheuten. Hij eet geregeld zijn eigen zachte keutels. |
| Voortplanting | De voortplantingsperiode duurt van februari tot augustus. De draagtijd bedraagt 45 à 50 dagen. Het wijfje werpt meestal twee of drie keer per jaar enkele jongen (2-5). Een sneeuwhaas kan tien jaar oud worden. |
| Gedrag | Gewoonlijk is de sneeuwhaas 's nachts actief. Overdag liggen ze in een uitgekrabde holte of in het leger dat ze in de heidebegroeiing hebben geknabbeld. Op berghellingen rusten ze vaak op hoger gelegen plaatsen, terwijl ze afdalen om voedsel te zoeken. Meestal ziet men sneeuwhazen alleen of in paren. Overwinteren doen ze eveneens in lager gelegen delen, waarbij ze dan groepen van soms meer dan 20 dieren vormen. 's Winters zoekt de sneeuwhaas beschutting in een ondiep hol of een holte die hij in de sneeuwlaag heeft uitgekrabd. Waar sneeuwhazen geregeld foerageren, ontstaan duidelijke hazepaadjes door de velden. |
| Kenmerken | 's Zomers is hij van haas en konijn te onderscheiden aan de geheel witte staart. Hij is gedrongener dan de haas en zijn oren zijn duidelijk korter. In de winter krijgt de sneeuwhaas een geheel of gedeeltelijk witte vacht. De verharing wordt bepaald door de temperatuur: bij lagere temperaturen (dus ook op grote hoogte) wordt hij eerder effen wit dan op mildere plaatsen. In Ierland blijft de sneeuwhaas altijd bruin, in de Scandinavische en de Schotse bossen behoudt hij 's winters het overgangskleed. De oorranden blijven echter altijd zwart en de staart steeds even wit. |
| Aantallen | Grote roofvogels, zoals de steenarend, vormen zijn belangrijkste vijand. Vooral jonge dieren vallen hier dikwijls aan ten prooi. Andere roofvijanden zijn vos en hermelijn. In Europa komt de sneeuwhaas hoofdzakelijk in de Alpen, Ierland, Schotland en Scandinavië voor. Verder vindt men hem in het noorden van Azië en van Noord-Amerika.De ondersoort van de Alpen is de grootste. |
|
|
|
|
|
|