Steenbok Capra ibex |
|
 |
|
| Data |
lichaamslengte: 110 - 150 cm
schouderhoogte: 70 - 95 cm
gewicht: 50 - 100 kg |
|
| Biotoop |
De Steenbok leeft boven de boomgrens tot 3 200 meter hoogte
op steile, lang sneeuwvrije rotswanden, waar hij zijn karig voedsel bijeenscharrelt.
's Winters worden lager gelegen delen en zuidelijke hellingen opgezocht.
|
|
| Voedsel |
Kruiden, gras, mos, korstmossen en dwergstruiken. |
|
| Territorium |
Steenbokken zijn honkvast. Buiten de bronstijd leven bokken
en geiten in aparte roedels. Jonge steenbokken meten hun krachten door zich
op te richten en met de horens tegen elkaar te slaan; hun gevechten zijn
echter veel minder heftig dan die van volwassen dieren. |
|
| Voortplanting |
Steenbokken paren in december. De draagtijd bedraagt 5 à
6 maanden. In mei-juni wordt het jong (zelden twee) geboren. |
|
| Kenmerken |
Steenbokken hebben ongeveer het formaat van een tamme geit.
De staart is kort. De bok heeft achterwaarts gebogen horens, die meer dan
één meter lang kunnen worden en aan de voorzijde verscheidene
dwarsknobbels vertonen. Kenmerkend voor de bok is ook de korte baard. De
geit heeft veel kleinere, max. 20 cm lange hoorns. In noodgevallen zijn
steenbokken in staat zeer nauwe rotskloven door een riskante sprongtechniek
naar beneden te vluchten. Hierbij zetten ze zich met alle vier de poten
tegen de wand af en bereiken uiteindelijk zigzaggend de bodem van de kloof.
Als aanpassing aan een klimmende levenswijze hebben zich unieke hoeven ontwikkeld. |
|
| Aantallen |
Natuurlijke vijanden van de Steenbok - vooral van de jonge
dieren - zijn tegenwoordig alleen nog de Steenarend en de Vos. Vroeger behoorden
hier ook nog Wolf en Lynx toe. Een bedreiging voor het bestand vormden ze
er echter nooit, net zo min als de aanzienlijke verliezen door vorst, lawines
en vallend gesteente. Wel bestond er al vanaf de 17de eeuw gevaar voor uitsterven
door het optreden van de mens, met zijn zucht naar jachttrofeeën, die
de Steenbok als een 'wandelende apotheek' beschouwde en een groot aantal
lichaamsdelen ervan in de geneeskunde toepaste. In de 19de eeuw zou de Steenbok
in de Alpen zijn uitgestorven, indien hij niet op initiatief van twee Zwitserse
natuurvrienden was gered. Uit 50 overgebleven exemplaren in het gebied Gran
Paradiso werd door beschermende maatregelen in de loop van 100 jaar
weer een bestand van rond 10 000 dieren opgebouwd, die hoofdzakelijk de
West-Alpen bewonen. |
|
|
|
|
 |
 |