Tijdens de jacht laten ze geregeld een roep horen, die als
schel en piepend wordt beschreven. Zoals alle geluiden van vleermuizen is
deze roep relatief hoog, maar laag genoeg om door mensen met een goed gehoor
van verre gehoord te worden.
Biotoop
Steden genieten de voorkeur van deze vleermuis. Zomerkwartieren
werden in muurspleten van gebouwen en achter vensterluiken ontdekt, maar
ook in grotten en boomholten. Ze overwinteren in muur- en rotsspleten, grotten
en kelders.
Voedsel
Tweekleurige Vleermuizen vliegen pas na het aanbreken van
de nacht uit. Ze vliegen snel en hoog - tot 20 meter boven boomtoppen -
en daken.
Voortplanting
De kraamkolonies bestaan uit veel minder individuen dan de
mannelijke kolonies.
Gedrag
Kenmerken
De Tweekleurige Vleermuis dankt zijn naam aan het contrast
tussen de donkerbruine bovenzijde en de wittige keel.
Aantallen
Als zwaartepunt van de verspreiding van de Tweekleurige Vleermuis
wordt Zuid-Rusland aangegeven. De westelijkste vindplaatsen liggen in Midden-Europa.
In 1979 werd in Amsterdam een exemplaar van deze soort aangetroffen. Bij
deze 'voorboden' gaat het meestal om mannetjes, die vaak in grote kolonies
van over de honderd dieren leven. Kennelijk zijn juist zij het die grote,
tot 800 km lange trektochten westwaarts maken. Wijfjes gaan niet zo ver:
de westelijkste kraamkamer die men heeft gevonden, bevond zich in de omgeving
van München.