Veldspitsmuis
Crocidura leucodon
Veldspitsmuis (Crocidura leucodon)
Data lengte: 65 - 85 mm
staartlengte: 30 - 40 mm
gewicht: 7 - 13 g
Biotoop Deze soort is minder aan gebouwen en de omgeving hiervan (tuinen) gebonden dan zijn soortgenoten en komt vooral in akkers met heggen en in bosranden met struikgewas voor. Algemeen gesproken houdt hij van iets opener en drogere biotopen dan zijn verwanten. 's Winters zoekt hij wel beschutting in gebouwen en schuren.
Voedsel Als huisspitsmuis.
Voortplanting Omstreeks maart begint de paartijd en duurt tot september. Mannetje en wijfje zijn in die periode bijzonder luidruchtig en hebben uiteenlopende lok-, begroetings- en bronstroepen. Tijdens de paring, die één à twee minuten duurt, bijt het mannetje zich in de nek van het wijfje vast. Na een draagtijd van 31 dagen komen de jongen ter wereld. Meestal zijn het er zes of zeven, die minder dan een gram wegen. Negen dagen oud kunnen ze al zeer snel rennen, al zijn ze nog blind. Rond de 13e dag gaan de ogen open en na 16 dagen zien ze er net zo uit als de ouders. Ze beginnen dan zelf te eten en na vier weken worden ze gespeend. Bij gevaar transporteert de moeder de jongen in de bek of hangend aan de tepels. Moeder en kroost verplaatsen zich vaak in karavaanformatie, waarbij ze elkaar vasthouden.
Kenmerken Bij de veldspitsmuis loopt een scherpe grens tussen de lichte onder- en de grijsbruine bovenzijde. Op de staart heeft het dier een aantal lange haren en de relatief grote oorschelpen zijn duidelijk zichtbaar.
Aantallen Net als de huisspitsmuis bereikt de veldspitsmuis in Nederland en in Noord Duitsland de noordgrens van zijn verspreidingsgebied.


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net