Vos Vulpes vulpes |
|
 |
|
| Data |
lengte: 50 - 90 cm
staart: 35 - 50 cm
gewicht: 3 - 10 kg
leeftijd: gemiddeld 5 à 7 jaar |
|
| Biotoop |
Talloos zijn de verhalen waarin de vos als een sluw en listig
dier naar voren komt. En inderdaad is hij vindingrijk en in staat zich in
de meest uiteenlopende biotopen te handhaven. De vos geeft de voorkeur aan
terrein met veel dekkingsmogelijkheden. In bossen voelt hij zich prettig,
maar ook open gebied schuwt hij niet. Onze vos is een heel succesvolle vossensoort.
Dat kun je goed zien aan het enorme verspreidingsgebied: hij komt overal
voor op het noordelijk halfrond, van Alaska tot Japan. Ook in Australië
waar hij uitgezet werd. |
|
| Voedsel |
Vossen zijn hoofdzakelijk nachtdieren met een veelzijdig
menu: allerlei klein gedierte, zoals veldmuizen, konijnen, op de grond broedende
vogels, insecten, wormen, vruchten en aas. In de herfst eten ze veel bessen.
In kustgebieden zoeken ze het strand af naar krabben en kadavers van vissen
en zeevogels. Per dag heeft een vos ongeveer vijfhonderd gram voedsel nodig.
Met zijn ogen merkt hij iets dat beweegt direct op, maar stilstaande objecten
ziet hij minder goed. De vos heeft een scherp gehoor en een uitstekende
reuk. Prooidieren zoals veldmuizen worden enkel op het gehoor ontdekt. De
vos springt op de plek waar het geluid vandaan kwam en drukt de prooi met
de voorpoten tegen de grond. Vossen begraven het teveel aan voedsel, maar
vaak wordt het later door een ander lid van de familiegroep teruggevonden.
De vos graaft een gat met zijn voorpoten en schuift met de kop aarde over
de bergplaats. |
|
| Territorium |
Hoewel men vossen meestal alleen ziet, leven ze in familiegroepen
die bestaan uit een rekel (mannetje), een moervos met haar welpen en soms
nog enkele wijfjes zonder jongen uit vorige nesten. Het territorium bakenen
af op de klassieke - hondse - manier door overal hun geursporen achter te
laten: een paar druppels urine tegen bomen, struiken, graspollen en dergelijke.
De territoriumgrenzen zijn, na enkele schermutselingen met de naaste buren,
onderling vastgelegd, en daar hoeft zelden meer over gevochten te worden.
Met onbekende zwervers worden echter vaak felle gevechten geleverd. Hoewel
vossen van dezelfde groep alleen op jacht gaan, zoeken ze elkaar vaak 's
nachts op om te spelen en elkaar te verzorgen. Ze begroeten elkaar met kwispelstaarten
en kreetjes. De familie blijft de gehele zomer bijeen. In september, wanneer
de jongen volwassen zijn, valt de familie grotendeels uiteen. Jonge wijfjes
kunnen nog bij de familie blijven, maar jonge rekels trekken in de herfst
of de winter weg om een eigen territorium te zoeken. Soms moeten de ouderdieren
de volgroeide jongen uit hun jachtterrein wegjagen. In die tijd vallen veel
jonge vossen ten offer aan het verkeer of jagers. |
|
| Voortplanting |
Vossen werpen slechts eenmaal per jaar jongen. De paartijd
(rans- of roltijd) duurt van Kerstmis tot in februari. Het korte, drievoudige
gekef van de rekel en het mysterieuze, hogere geluid van de antwoordende
moervos onderbreken dan de nachtelijke stilte. Een week of drie trekken
rekel en moervos samen op, waarna ze enkele malen paren. De rekel volgt
de moervos voortdurend met een stram gestrekte staart. Als er sneeuw ligt
kunt je hun 'dubbele' spoor dan overal vinden. De dieren zijn dan ook dikwijls
overdag te zien. In de voortplantingstijd wordt een hol gebruikt: de burcht,
wrang, bouw of aard. Dit bevindt zich vaak onder boomwortels of in een rotsspleet.
De moervos graaft het zelf of vergroot een verlaten burcht. In de overige
jaargetijden slapen ze meestal, net als de meeste mannetjes het gehele jaar
door doen, op een beschut plekje bovengronds, onder een dichte struik bijvoorbeeld.
Het wijfje draagt circa 53 dagen. De moervos bouwt geen nest in de burcht,
maar werpt haar 4 à 6 jongen in maart of april op de kale bodem van
de kraamkamer. Deze hebben een ronde kop, korte oren, een donkere, chocoladebruine
vacht en worden blind geboren. De moervos blijft in de burcht bij de welpen
tot ze twee weken oud zijn. De rekel zorgt voor het voedsel. Daarna brengt
ze meer tijd buiten het hol door. Welpen groeien snel. Na circa twee weken
gaan de ogen van de welpen open. Na vier weken verkleuren de ogen van blauw
naar lichtbruin en de vacht wordt roodbruin. De eerste tijd worden ze alleen
gezoogd, maar op een leeftijd van drie tot vier weken krijgen ze hun eerste
vaste voedsel. Een week later verlaten ze de burcht voor het eerst. De donkere
welpevacht begint dan te verkleuren en op een leeftijd van acht weken is
de pels roodbruin. Bij verstoring brengt de moervos de welpen naar een andere
burcht. Tot zes weken oude jongen worden daarbij in hun nekvel gepakt en
stuk voor stuk overgebracht. Met het ouder worden neemt het gekibbel onder
de jongen toe. Vechtende welpen staan vaak op hun achterpoten tegenover
elkaar, waarbij ze proberen elkaar om te gooien. In augustus zijn de jongen
min of meer zelfstandig, al brengen ze vaak nog veel tijd door met hun moeder.
Wijfjes zonder welpen helpen soms bij het grootbrengen van de jongen. |
|
| Gedrag |
Vossen kunnen vrij goed klimmen. Soms rusten ze overdag op
de onderste takken van een boom. Ook observeren ze vanhier af hun omgeving. |
|
| Kenmerken |
Een vos is maar weinig groter dan een flinke kat, hoewel
hij door zijn lange vacht en dikke staart vooral 's winters bedriegelijk
groot kan lijken. Kenmerkend zijn de amberkleurige ogen en de volle, borstelig
behaarde staart. De vacht varieert van geel tot roodbruin; achter op de
rug vaak zilverig. Voeten en buitenkant van de oren zwart. Witte staartpunt.
Rekel iets groter dan de moer. In de winter is de vos op zijn mooist, met
een volle, dikke pels. Tegen mei beginnen vossen deze wintervacht te verliezen.
Om de losse haren te verwijderen krabben ze zich. De verharing verplaatst
zich langzaam over de rug naar achteren toe. |
|
| Aantallen |
Hoewel er bijna overal vossen leven, krijg je ze slechts
zelden te zien. De vos is de laatste jaren aan een echte opmars bezig, tot
spijt en vreugde van velen. De vos is vatbaar voor hondsdolheid en de vosselintworm
en kan andere dieren maar ook mensen besmetten. Dat zorgt soms voor heel
wat paniek als een vos gesignaleerd werd, vaak met een dode vos als gevolg. |
|
|
|
|
 |
 |