Watervleermuis
Myotis daubentonii
Watervleermuis (Myotis daubentonii)
Data lengte: 4-5 cm
spanwijdte: 24-27,5 cm
gewicht: 7-15 g
Frequenties 30 à 80 (vooral 40) kHz. Wat bij de watervleermuis goed te horen is, is het versnellen van het ritme bij het ontdekken en het vangen van een prooi.
Biotoop Ze wonen in de zomer in holle bomen, oude forten, kerkzolders en onder bruggen, steeds zo dicht mogelijk bij het water. In de winter wonen ze in kelders, grotten, groeven en forten.
Voedsel Watervleermuizen vliegen van zonsondergang tot zonsopgang. Bij hun nachtelijke voedseltochten boven plassen en beken geven ze een korte, fladderende vleugelslag te zien, waardoor ze dicht over het water kunnen scheren. Op deze manier vangen ze pas uitgekomen eendagsvliegen die juist het water verlaten. Ook slagen ze er zo in echte waterinsecten te pakken en er wordt zelfs beweerd dat ze met hun grote voeten met lange tenen visjes uit het water grijpen. Ze kunnen goed zwemmen en weer uit het water opvliegen.
Voortplanting De kraamkolonies bevinden zo dicht mogelijk bij het water. Bij het vinden van een geschikte kraamkamer hebben ze soms last van holenbroedende vogels, zoals spreeuwen. In het broedseizoen verhuist de hele meute soms met jongen en al.
Kenmerken De watervleermuis heeft korte oren en een korte, brede, rozebruine snuit. Karakteristiek zijn de grote voeten met uitgespreide tenen. De korte oren zijn aan de top duidelijk breder dan die van de baardvleermuis.
Aantallen Algemeen tot heel algemeen. Misschien de enige vleermuis die in aantal toeneemt. Ze worden gemiddels 4 tot 4,5 jaar (oudste 22 jaar).


Naar het overzicht...

© 1999-2008 natuurbeleving.scene24.net