Wolf Canis lupus |
|
 |
|
| Data |
lengte: 110 - 140 cm
staartlengte: 30 - 40 cm
gewicht: 30 - 50 kg |
|
| Biotoop |
Wolven kunnen zich aan allerlei milieus aanpassen. In Europa
bewoont hij vooral open landschappen met bossen en gebergten. |
|
| Voedsel |
Wolven hebben een groot uithoudingsvermogen. Vaak moeten
ze enorme afstanden afleggen om prooidieren - zoals hert, eland en ree -
op te sporen, waarna ze deze ook nog moeten kunnen achtervolgen en, ten
slotte, doden. De enorme prestaties die de wolf bij het lopen levert, brengt
een grote behoefte aan water met zich mee. Waar het water bevroren is, eten
wolven sneeuw en ijs. Ook zoeken de verhitte dieren afkoeling in het water.
Zijn grote vochtbehoefte is één van de redenen, waarom de
wolf in droge landschappen zeldzaam is of ontbreekt. |
|
| Voortplanting |
De paartijd valt in december-maart. De draagtijd duurt 64
dagen. Net als bij honden komen de 3 à 6 jongen klein en hulpeloos
ter wereld. Meestal gebeurt dit in een ondergrondse burcht. Na enkele weken
komen ze uit het hol en worden dan ook erbuiten door de wolvin gezoogd.
Tot een leeftijd van 3 maanden dragen ze een korte, dichte, wollige, zwartige
vacht, waarna ze verharen en de lange, grauwzwarte pels van het volwassen
dier krijgen. |
|
| Gedrag |
Wolven leven gewoonlijk in familietroepen die uit circa tien
dieren bestaan: meestal het ouderpaar en de jongen van het vorige jaar en
van dit jaar. Met uitzondering van de periode dat de welpen worden grootgebracht,
leiden ze het gehele jaar door hoofdzakelijk een nomadische levenswijze.
Ze verplaatsen zich meestal in een soepele, niet te snelle gang, waarbij
de snelheid vrij constant blijft. De wolf brengt zijn gehuil in een karakteristieke
houding ten gehore en houdt de tonen gewoonlijk lang aan. Het dient om de
aanwezigheid van het dier kenbaar te maken en om de leden van een roedel
die tijdens de jacht ver zijn afgedwaald, weer bij elkaar te brengen. |
|
| Kenmerken |
De wolf is een grote hondachtige, met een volle, hangende
staart, een brede borst, lange poten en kleine, spitse oren. De kleur van
de pels is bruinachtig tot grauwzwart; geheel zwarte of witte exemplaren
komen ook voor. De wolf is vermoedelijk de enige stamvader van de huishond
en daarmee van alle hondenrassen, van de dwergpinscher tot de herdershond,
die niet voor niets dikwijls wolfshond wordt genoemd. |
|
| Aantallen |
Reeds in de 18e en 19e eeuw werd de wolf in West- en Midden-Europa
door afschot en vergiftiging met strychnine uitgeroeid. Daarna trokken er
soms nog kleine of grotere groepjes wolven vanuit het oosten naar Midden-Europa,
meestal als gevolg van oorlogshandelingen; de laatste keer na de Tweede
Wereldoorlog, toen enkele wolven in het Duitse Niedersachsen werden geschoten.
Een poging om in het Nationale Park Bayrische Wald een wolvenpopulatie op
te bouwen, mislukte in 1975. |
|
|
|
|
 |
 |